M.E. Deckwitz

M.E.Deckwitz (1982) studeert Nederlands aan de RuG, is columniste van de Nait Soez'n en schrijft voor de Cantecleer. Naast poëzie schrijft ze ook proza en werkt ze momenteel samen met Zazatoneel aan de produktie van haar toneelstuk Lucifer Voorbij. Haar verhaal De avonden stoppen nooit verscheen op de shortlist van Met andere zinnen.


Ellie

Lopend langs de ten dode opgeschreven bomen van het Noorderplantsoen Stap ik mijn pad en kaart de weg -> [links het pad en rechts de weg] Oei het oud kruipt in mij De wind van jaren Blaast de kleur weg uit mijn haren En de tranen trekken banen in mijn huid : Blaas me op en Blaas me uit. "Eliot was pas 22 toen hij Schreef" Ik ben al 22 en kan er niets meer aan doen Dan zien hoe mijn verondersteld talent overdreef Er voor de varkens te weinig wol overbleef Om wat v-v-v- mee te breien V te maken V mee te doen Misschien ben ik alsnog jong Maar dit seizoen Verkoopt zo goed! Ik zou moeten schrijven leven sterven Dan te lopen in het plantsoen Waar elke boom eens sterven moet "Alleen God kan een boom maken" Alleen ik kan mijn v-v-v- in elkaar haken En dan nóg niet zeggen wat ik bedoel. Laat dan de bomen groeien tot het kisten zijn Laat me schrijven tot ik in hen rust Ik gooi er nog wat Pokon bij Loop langs de geraamte bomenrij En- nee- écht- ik zweer! Ze lachen naar me en buigen Naar de ten dode opgeschreven mij. 

 

Lieverd

Ik vind je zo lief en zo licht en nog veel meer Dan er al over is gedicht maar lief het probleem is dat Alles wat er zeggen valt over harmonie in het liefdesleven Al in duizend synoniemen is opgeschreven dus Letterkundig kunnen we aan onze liefde niet veel meer beleven Dan het praktiseren er van Maar dan- Ach NEE! Nu klink ik weer zo ondankbaar He verdorie jij bent alles hoor voor mij Ik zou het besterven als je het uit zou maken, Oh, het verdriet dat ik hebben zou om jou Ik zou alle daagse taken verzaken Me opsluiten in mijn bed en er pas uitkomen Als je weer van me houdt Dat zal ik doen ja, maar in de tussentijd In de je-hebt-me-geloosd-verwerkingstijd Zou ik toch-misschien-proberen De pijn in een klein gedichtje (eentje maar) (of misschien een Heel Kort verhaal!) om te keren...wauw, geen verdriet zoals die van de liefde! De inspiratie die het je geeft, hoe het vuur weer in je opleeft Als je de pijn en haat stillistisch vormgeeft (toch stiekem eens zien wat ik zou dichten als je me zou dumpen) ehm... De vlinders fladderen verloren rond Oh wauw, alliteratie, leve het verbreken van een relatie! Ehm... Ze hebben dit ongeliefd lichaam verlaten (wauw, wauw!) Degeen die ze wegzond houdt beschaamd de mond Van verdriet kan ze niet meer praten Oh, ik hou van mij! Het vuur in haar hoofd is wreed gedoofd, Wapperende wezens waaiden het uit, Dit is de laatste kans Weet ik nochtans De zorg om de vliesdunne vleugels verbruid! Aaah joepie joepie, joepie joepie NEE. Eh, ik ben nog steeds blij met je, Dit heb je niet verdiend! En ik wil natuurlijk niet dat je me verlaat Omdat ik morgen vreemdga met je beste vriend. Bedenk, het is niet persoonlijk, Zo goed zal hij niet zoenen (ik doe mezelf ook geen gunst) Maar het is om de ervaring, We doen het onszelf alleen maar aan Niet om de liefde Maar puur voor de kunst. 

 

Sammie

Over leven in studentenland bestaat het misverstand Dat zodra beland op de universiteit er een eind komt aan pesterigheid. Gekheid. Want zodra de intro begint Zoek je in de schare het zorgenkind Waarmee het klieren van de middelbare opnieuw begint. Zodra ik kennis had gemaakt met mijn nieuwe klas Ging ik met mijn kameraden, Dirk en Bas, te rade wie een geschikte pineut was. Het werd iemand, laten we hem voor het gemak Sammie noemen, Die er eigenlijk om vroeg : Hij was zo'n type dat een bril met jampotglazen droeg, En had de keuze voor ons al gedaan door met een twee maten te groot colbertje op de Introductiefoto te gaan. Verder had hij een nogal nasale stem En was hij zo adrem als een Balkenende, Wiens kapsel we bovendien op zijn hoofd herkenden, Kortom: hem wachtte een jaar vol nachtmerries en ellende. De keuze was gemaakt, Sammie kon een schietgebedje zenden. Het begon simpel met een beetje duwen en trekken van scheve bekken wanneer hij je wat vroeg We schoten in de lach en hadden lol voor twee wanneer we Als niemand het zag Zijn tas afpakten en leegden in de afvalbakken van de meisjesplee. Sammie bleef aanvankelijk kalm onder het gepest Hij zag het als een fase die vergankelijk was net als de rest Van jong studentengedrag Ik denk dat hij toen nog niet de ernst inzag Ook al namen de pesterijen toe met de dag En werd het persoonlijk bovendien Toen wij zijn zwakke punten hadden gezien. Zoals het feit dat hij aan astma leed, zodat het verstoppen van zijn inhalator het vaak goed deed want het zorgde voor veel leed en dus voor vermaak. Vijf dagen per week was het voor Sammie raak, tot wij ook nog eens achter zijn thuisadres kwamen en plannen konden beramen om hem naast de vele keren die hij het in de week dankzij ons moest ontberen ook nog eens in de avonduren en het weekend konden terroriseren! Toen bleek bovendien dat onze research loonde, En wij in de UK toonden Dat hij nog steeds bij zijn moeder woonde. Pas toen barstte de strijd pas echt los en werd Sammie de klos Van Kauwgom onder zijn stoel inkt in zijn tas En kreeg hij het door dat onze laster niet te stoppen was Wanneer wij midden in de klas het Wilhemus inzetten Juist wanneer hij net aan het woord was En toen wij hem uit pure etterigheid voor gek zetten bij de meid op wie hij een oogje had bleek zij hem, en Sammie daarop ons, definitief zat. Maar het faculteitsbestuur deed niets met het feit dat wij een Guerillastrijd vol venijn en achterbaksheid hielden, nee En toen wij met een volhardendheid à la Guevarra, Ché Sammies jas aan de kapstok gingen lijmen Viel het zelfs voor ons niet te rijmen Dat niemand er iets tegen deed. De zomervakantie kwam, was en ging weer weg En bracht nieuwe plannen in ons teweeg We glunderden bij de herinnering wanneer Sammie bijna neerzeeg Als hij onze stemmen in de verte hoorde, En wit wegtrok en zweeg Zodra hij ons in het vizier kreeg. Gewapend met stinkbommen gingen wij naar zijn kamer, Waarop vreemd genoeg een andere naam stond vermeld. Het bleek te laat, toen ons door het secretariaat werd verteld dat Sammie, Ook wel geheten professor Samuel ten Bolge Besloten had aan een andere universiteit zijn hoogleraarschap te vervolgen. 

 

De kleine Marcel

Ik denk dat alles was goed gegaan Als we niet elkaars type waren geweest, Maar toch geniet ik van het verdriet De wens lief te hebben weer eens niet verhoord En maak ik met dit suicidale genot Mijn lijden tot een lustmoord. 

 

Tom

It's all too fragile - the face radiant with smile And suddenly, when I stop talking for a while (all the jokes are made and the anecdotes are done) His smile waves away and he looks at me - The brown eyes, squeezed a bit as if to see Some imperfection in silent me (or just to look, I don't know) And I am frightened, suddenly numb I want to scream and beg and ask what's wrong Did he suddenly see The stupidity, the replaceability, the smallness Of now wallflowering me? Who came along by chance, luck or who might say? I just know that when the words fade away There's no more clothes, the judge lifting his head My bullies from before all laughing at me "He sees, he sees, the show the trick you've played, It's a misunderstanding, an illusion to think you are The one that makes him smile, He'll shake off this spell, And see that your face will age And your laughter will cease, He'll see, He'll see" He sees. No- He looks, curls his soft bloodspun lips. "Hey, what are you thinking of?" For one moment I open up to speak the truth but then Answer "Nothing, just my work, shall I tell?" He nods and smiles - finally- again.


© 2008 - Kortsluiting