L.T. Schudde

Is sinds 1998 actief op diverse literaire podia in Groningen, zoals Dichters in de Prinsentuin, wijlen cafe Koekkoek's Nachtspraak, U hoort nog van ons Festival, e.v.a.. Zijn stijl loopt uiteen van traditioneel tot experimenteel. Ook schuwt hij het klankdicht niet.


Mist

een avondmist kruipt door hoge
hangt naar lage straat en rolt
voorbij het huis der jonge jaren

de torenspits lost op
er is een maan, geen volle
lantarens zwemmen als diepzeevissen
onder de deining van mijn passen

herfstmist, een geur van periodieke
verrotting voert naar de gedachte
dat ook al wat ik was is
afgebroken, vervallen, vergaan

zelfde cyclus kale takken
wapen tegen winter en
annonce van voorjaar

'ik ben de onbewogen beweger
en ook die zal ik breken
want elke zaak moet verrotten
om schoonheid te hebben gehad'

er is mist en die zal toedekken
zodat de straat glimt en het druipen
van water uit onzichtbare kruinen
hoorbaar wordt

er is een maan
zoals er ook waanzin is
er is een trein naar de stad
met zacht geel boeglicht

er is het helder van zilveren spaken
in een spinrad onder het sein van vertrek
of verval of vervloek, vergeet of dek toe

het is gedoofd en zal niet branden
staat stil, stapt in, vertrekt


Nieuwe dagen

Warmte
van nieuwe dagen
geselt
het pantser
op het water
grijs, vermoeid
teruggetreden
geel het gras
de glans het leven
Wind speelt zachtjes
moe gestreden
door haar en hand
bewegingloos


Het uur

Denk misschien het uur of
de parels zweet op je
gloeiend voorhoofd en
het langzaam schuiven
van adem langs je lichaam

Je nauwgesloten wimperharen
schuren langs mijn keel
ik weet je niet veel
te zeggen of besparen

Hoe jij misschien kreunt of ik vrees
dat onze maaltijd geen etiquette kent
Hoe je huid als kleding voelt;
het bloed zuigt uit mijn denken

En als wij hebben gegeten,
gedronken en herdacht;
de slecht gekloven botten
in het water kieperen

Je zijden stem en mijn hand op jouw borst
dan niet zingen maar vloeken;
de stad zijn poorten sluit en
de straten hun gezicht

Hoe wij het uur van drang en drinken
laten, ik nog één maal keer
niet vrees, omdat jouw zegen straalt


Jas

Koude wind
de vogels
koude koude wind
de vogels
krokuskoude wind
de vogels

vertrouwde reuk
de vogels
zwarte man
vertrouwde hand
de vogels

de afvalbak
de plastic zak

de warme
zwarte
jas

Ets

De avond ligt als was gesmeerd
over een stenen plaat
Elke zin een getrokken groef
waarin adem zuur doet vloeien
Elke afdruk een herinnering
een avond dat wij waren

Ik kijk en zie je dromen
je lacht en ziet mijn stem

Er is geen kou, geen wind
geen overleven

Twee glazen staan en staren
één vol, één leeg
een fles

Onbekend zeggen

Wie zag armen benen borst gezicht
als onbekend zeggen
van gordijnen ochtendlicht
als dunne strepen
buiten jaren
korte striemen
pijn
die toeval
samenbracht

en zei lief
tekende langs je gelaat
een kus uit niets
en verdween
als
ik

© 2008 - Kortsluiting